← Vorige pagina

De rol van het bekken bij lage rugpijn: klinisch redeneren en patroonherkenning

(beoordeel deze cursus)
  • Prijs:
    0
  • Accreditatiepunten:
    2 punten
  • Prijs per punt:
    € 0
  • Vakdomein:
    Algemeen, Manueel
  • Cursusvorm:
    Online cursus
  • website: CME-Online vof

    Informatie:

    • Stel, u heeft lichte incontinentieklachten. Zou u dat vermelden als u bij de fysiotherapeut bent voor lage rugpijn?
    • Denkt u aan het navragen van mictie- of defecatieproblemen, of pijn bij het vrijen als u een anamnesegesprek voert met een lage rugpijn patiënt?

    De kans is groot dat een patiënt hier niet uit zichzelf melding van maakt, omdat hij zich schaamt, of op zijn minst niet overtuigd is van het feit dat het er iets mee te maken heeft. Niets is minder waar. Uit onderzoek blijkt dat 86% van de mensen met een bekkenbodemdysfunctie eerst lage rugpijn had. En andersom geldt eenzelfde samenhang: 52% van lage rugpijnpatiënten had eerst een bekkenbodemdysfunctie (Pool-Goudzwaard, 2004; Eliasson, 2007).

    Mensen met lage rugklachten vormen bijna een derde van de patiëntenpopulatie van de fysiotherapeut. Een eenduidige verklaring voor deze klachten ontbreekt en hoewel wetenschappelijk onderzoek voortschrijdt, is er nog geen pasklaar voorschrift voor de behandeling van deze patiënten. De laatste inzichten duiden erop dat het integreren van cognitieve, motorische en sociale componenten de meeste kans van slagen heeft. Het bekken is bij uitstek een deel van het lichaam waarin al deze aspecten een ingewikkelde, maar essentiële samenhang hebben.

    Een specifieke groep mensen die, vaak ten onrechte, onder de noemer ‘aspecifieke lage rugpijn’ geschoven wordt, is die van de patiënten met bekkenpijn. Bekkenpijn verschilt wezenlijk van lage rugpijn, maar wordt niet altijd als zodanig gediagnosticeerd. Deze cursus reikt u inzichten en vaardigheden aan die van belang zijn voor adequate behandeling van deze patiëntencategorie. U krijgt een overzicht van klinische tests en hun waarde, de samenhang tussen diverse cognitieve, motorische en sociale componenten en verklarende modellen op het gebied van bekken- en lage rugpijn. De besproken inzichten worden met behulp van casuïstiek direct vertaald naar de praktijk.

    Leerdoelen:

    Na het volgen van deze cursus kunt u:

    • de functionele samenhang tussen diverse anatomische structuren van en rond het bekken beschrijven.
    • de term load-transfer duiden en integreren in patiënteducatie.
    • de prevalentie van lage rugpijn, bekkenpijn en bekkenbodemdisfuncties benoemen.
    • de meest recente evidentie rondom lage rugpijn duiden.
    • het belang van screening op rode vlaggen toelichten.
    • binnen de groep patiënten met aspecifieke lage rugpijn verdere differentiaaldiagnostiek toepassen om patiënten met bekkenpijn te kunnen identificeren.
    • de meest voorkomende motorische compensatiestrategieën benoemen en integreren in patienteducatie.
    • de klinische manifestatie van de motorische compensatiestrategieën herkennen.
    • de betrouwbaarheid en validiteit van de SI-mobiliteitstesten aangeven.
    • de betrouwbaarheid en validiteit van de SI-provocatietesten aangeven.
    • gericht diagnostische middelen inzetten, met kennis van psychometrische eigenschappen van deze middelen, om gegevens te objectiveren.
    • excessive en reduced force closure strategieën herkennen in uw fysiotherapeutisch onderzoek.
    • signalen van een te hoge activiteit van de bekkenbodem herkennen.
    • signalen van een te lage activiteit van de bekkenbodem herkennen.
    • te hoge activiteit van de bekkenbodem duiden in een excessive motor control strategie bij bekkenpijn
    • aanwezigheid van bekkenbodemdisfuncties bij lage rug- en bekkenpijn signaleren, integreren in uw behandelbeleid of gericht doorverwijzen als de disfunctie buiten uw competentiegebied ligt.
    • kennis en inzicht integreren in uw behandelbeleid voor een excessive / reduced motor control strategie.

    Beoordelingen

    Plaats een reactie