← Vorige pagina

Egmond-Schuitemaker protocol bij a-specifieke en mild specifieke schouderpijn

kosten: 725
Vakdomein: Algemeen, Manueel, Sport
Accreditatiepunten: 33
Cursusvorm: Cursus

Aspecifieke schouderpijn wordt ook ‘medisch onbegrepen’ schouderpijn genoemd omdat de pijn niet direct in verband kan worden gebracht met medisch aantoonbare schade of anatomische afwijkingen. Dit geldt voor het merendeel van de schouderpatiënten in de dagelijkse huisartsen- en fysiotherapeutenpraktijk.

Bij mild specifieke schouderpijn is er sprake van geringe aantoonbare schade (met MRI, X-foto, echografie) die goed reageert op conservatieve aanpak. Dit kan worden gestaafd met de“24 uur regel”. Het klassieke ‘impingementsyndroom’ van de schouder is het totaal van symptomen en tekenen dat in verband kan worden gebracht met een scala aan stoornissen binnen en buiten het glenohumerale systeem (de Humeroscapular Motion Interface). Zoals functiestoornissen van de wervelkolom, coördinatiestoornissen in de spierfunctie van de schoudergordel (scapuladyskinesie) en schouderinstabiliteit . Op de lange duur kan dit zeker ook tot medisch aantoonbare schade leiden binnen en buiten het schoudergewricht (specifieke schouderpijn). Binnen het klinisch redeneren krijgen de richtlijnen, het meerdimensionale belasting- belastbaarheidmodel (de emmer- en gazonmetafoor) en de contextuele factoren een belangrijke plaats. Het onderzoek- en behandelprotocol van Egmond en Schuitemaker wordt daarom gedifferentieerd aan de hand van 3 protocolprofielen. De multidisciplinaire richtlijn Subacromiaal Pijn Syndroom (SAPS) uit 2012 en de Clinical Practice Guidelines (APTA) uit 2013 met betrekking tot de “Adhesive Capsulitis” (Frozen Shoulder) nemen een belangrijke plaats in tijdens deze praktijkgerichte cursus voor eerste lijns fysio- en manueeltherapeuten. Ruud Schuitemaker maakt deel uit van de SNN-expertcommissie Frozen Shoulder. Deze hield zich bezig met de ontwikkeling van een Nederlandse richtlijn voor conservatieve aanpak van de FS.

Inhoud van de cursus

De cursus wordt voor de 28ste x (!) door SRW georganiseerd. De cursus wordt ook aangeboden als “incompany” activiteit. Na iedere cursus vindt er een uitgebreide actualisatie plaats door de docenten Ruud Schuitemaker, Dick Egmond en Jan Hermans. Sinds 2006 is daarom zowel de inhoud als de naamgeving van deze topcursus volledig aangepast.

Er wordt gestart met het benoemen van alle benodigde ingrediënten voor het onderzoek- en behandelprotocol bij aspecifieke- en mild specifieke schouderpijn. Het klinisch redeneren volgt de 8 stappen van de KNGF richtlijn verslaglegging uit 2011. Bij de eerste 5 stappen (screening en diagnostische fase) zullen het Common Sense Model en de van Egmond en Schuitemaker bekende metaforen, de zin en onzin van provocatietesten en de zin van reductietesten een belangrijke rol spelen. Egmond en Schuitemaker bieden een voorstel voor verbeterde diagnosecodering. Bij het conservatief ‘behandelen’ (het uitleggen, sturen en begeleiden, voorwaarden scheppen, het aanspreken van intrinsieke compensatiemechanismen, het oefenen en trainen) zullen de wervelkolombehandeling, het algoritme van de manuele therapie, scapuladyskinesie, schouderinstabiliteit, het gebruik van klinimetrie en actief excentrisch oefenen ruime aandacht krijgen.

Ook voor schouderorthopeden gaat deskundige conservatieve aanpak altijd voor operatief ingrijpen (Richtlijn SAPS, 2012). Een uitstekend en onderbouwd alternatief voor de rigoureuze acromioplastieken, te vroege kapselrevingen en corticosteroïdenfiltraties.

De achtergronden en finesses van de – voorwaardenscheppende – fysio– en manuele therapie in enge zin en ruime zin (begeleiding, leefstijlaanpassingen en oefentherapie) zijn te vinden in het leerboek Extremiteiten (11de druk, 2014).

De technische vaardigheden en oefeningen worden tijdens de cursus uiteraard “life” door de docenten gedemonstreerd en kunnen op video’s worden bekeken (zie de website behorende bij druk 11 van Extremiteiten). Daarna kan er uitgebreid in de praktijk onder deskundige begeleiding worden geoefend (er is voldoende assistentie!). Ter voorbereiding op deze 4 daagse cursus wordt een pakket met informatie, waaronder een tekst met kennisvragen aangeboden.

Doelstelling

Na het volgen van de cursus is de fysiotherapeut bekend met de theoretische achtergronden en praktische mogelijkheden van de best mogelijke conservatieve aanpak (het onderzoeken, behandelen en begeleiden) van patiënten met aspecifieke en mild specifieke schouderpijn (evidence based practice). De cursist beschikt dan over ruim voldoende basiskennis- en vaardigheden om te kunnen participeren binnen een regionaal schoudernetwerk dat voldoet aan de toelatingseisen van Schoudernetwerk Nederland (SNN).

Beoordelingen

Plaats een reactie